Het ministerie van onvoldane zaken

Van buiten leek het gebouw geen bijzonder staaltje van moderne architectuur, een zoveelste constructie met spiegelglas in het midden van de wijk met regeringsgebouwen. Toen het gebouwd werd, sprak ook hier een groot deel van de bevolking van een gedrocht en een ander deel van een significante meerwaarde. En binnenin leek het op zovele andere gebouwen, met op het gelijkvloers een groot plein en op de andere verdiepingen mezzanines waar ambtenaren konden werken op verplaatsbare bureau-eilanden.
Om het gebouw werkelijk te kunnen appreciëren moest je naar de kelder.

Waar elders ter wereld de goden werden uitgedaagd met torens als opgestoken middenvingers was hier het omgekeerde gebeurd. 845 meter diepte leverde 162 verdiepingen op. Dat maakte het ministerie tot een superieur staaltje van innovatief ontwerp en bouwtechniek.
Een centrale liftkoker die vertrok vanaf de begane grond gaf elke 10 verdiepingen uit op een rond platform. Van daaruit kon je via loopbruggen naar de omliggende kelders gaan.
De liftwanden waren van glas en tegen de keldermuren hing permanente led-verlichting. De temperatuur werd geregeld met een noodzakelijk aircosysteem. Dit gebrek aan gewone lucht en licht maakten de kelders tot de best denkbare plek voor stockage.
Wat de bedoeling was.

Het was de drukste week van het jaar. In deze week bleef het gebouw 24 u geopend, was er extra serverruimte beschikbaar gesteld en waren ambtenaren in ploegendienst aan de slag met computers. De centrale lift ging de hele tijd op en neer.
Het was de week van de jaarlijkse aangifte.
De burgers van het land dienden elk jaar op te lijsten welke zaken zij nog als onvoldaan beschouwden. Onafgewerkte activiteiten, onverrichte transacties, ongerealiseerde ambities, het moest allemaal geregistreerd worden op het aangifteformulier. Boven in het gebouw verwerkten ambtenaren de digitale en papieren aangiftes. Beneden in de kelder stockeerden archivarissen de bewijsstukken.

Het was destijds een goede beslissing van de overheid geweest om dit systeem in te voeren. De populariteit van een bucketlist op jaarbasis verhoogde de betrokkenheid en de pro-activiteit van de burgers van het land. De voldaanheid die een mens kon voelen als alles mooi ingeroosterd stond, als cijfers in de juiste kolommen stonden, was een ideaal dat binnen handbereik kwam.
En al waren er in het begin wel wat kinderziektes, zoals bij het opstellen van de categorieën van onvoldaanheid, de verwerkingssnelheid van het online systeem als bij het vinden van voldoende opslagruimte voor de bewijsstukken, toch was er met de ingebruikname van dit gebouw een gevoel van efficiëntie, zowel bij de minister, haar ambtenaren als de bevolking.

De huidige minister was een vrouw met een gedegen kennis van onvoldaanheid. Haar mond stond systematisch vertrokken en haar kabinetsmedewerkers waren beducht voor haar frequent larmoyant gedrag. Niettemin maakte haar ervaringsdeskundigheid haar tot de ideale persoon voor de job. Dat mocht ook wel gezegd worden. En op haar instigatie werd het beleid voortdurend herwerkt en verbeterd tot nut van iedereen.

Het nut van iedereen, dàt was wat men uiteindelijk had beoogd. Na jaren te moeten investeren in de ziekteverzekering, de terugbetaling van therapeuten en psychiaters, zag men in dat dit systeem leidde naar een heerlijke nieuwe wereld. Het algemeen gevoel van onvoldaanheid bij de mensen werd begraven in de catacomben van het ministerie, diep onder de grond, ver uit het bereik van daglicht.
Zo rekende men in dit land af met wensen, verlangens en ambities.

Het was dan ook een gigantisch verzameling aan artefacten die opgeslagen lag in de kelders van dit ministerie. Vele voorwerpen voldeden aan de voorspelbaarheid die men bij onvoldaanheid kan verwachten: op -3 lagen bijvoorbeeld de stapels reisgidsen en koersfietsattributen als souvenir van nooit gemaakte tochten. Op -5 lagen de nicotinepleisters en pakjes kauwgom als bewijs van gefaalde nieuwjaarvoornemens, netjes gerangschikt naast de fitnessjaarabonnementen. Tot -79 vond men zo woordenboeken van ongeleerde talen, niet teruggebrachte boeken uit de bibliotheek, tickets van nooit bijgewoonde concerten en verder alles wat verwees naar niet uitgevoerde hobby’s en niet verwezenlijkte studies en jobs. Tussen -80 en -100 lagen de testamenten van de jonge jaren van velen: schappen vol idealen, dromen en verwachtingen die onderweg verloren waren geraakt.
En hoe kon het ook anders, een groot aantal verdiepingen was gereserveerd voor de relieken van niet geconsumeerde en te vroeg beëindigde liefdes: tussen -100 en -161 lag een amalgaam aan foto’s, sleutelhangers en cadeautjes.
Maar het was enkel de laatste verdieping waar de waarlijk bijzondere voorwerpen lagen.


Deze verdieping was gereserveerd voor de onvoldane levens.

Hier kon men, mocht men dit wensen, een eerbetoon laten bewaren aan hen die fundamenteel onvoldaan waren geweest. De leegte die deze hadden achtergelaten was opgetast in rijen rekken vol brieven, dagboeken, favoriete T-shirts en knuffels.
Met de jaarlijkse aangifte die deze week instroomde zou deze verdieping weldra te klein worden.
Maar dat was een structureel probleem waarvoor de minister wel een oplossing zou aandragen, dacht men.


 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

About Liesbeth Vanderbeke

En schrijven zult ge