Pay-back

Het is tijd om af te rekenen, bedenkt Faye terwijl ze een laatste slok van haar witte wijn neemt. Het gesprek is gestokt, de voor de hand liggende vragen zijn gesteld. Deze conversatie verveelt haar, het wordt tijd voor actie. Terugtrekken of chargeren, ze heeft nog niet beslist. De man tegenover haar aan de toog bekijkt haar vragend. ‘Zullen we?’

De cafébaas ziet hun beweging en komt dichterbij om af te rekenen. Faye laat de man de drankjes betalen. Franky heet hij, of nee, Frans; dat is het. 45 jaar. Heeft de tinder-app op z’n i-phone. Swipet jonge vrouwen naar rechts. Zij is 25. Op het slagveld van de liefde een strijdster met pronte wapens: doorkijklingerie en boeien. Ja, ze neukt oudere mannen. Het vult een leegte op. Al is dat nooit voor lang. Ze is onverzadigbaar, kan doorgaan totdat haar tegenstander zich kreunend en sidderend overgeeft, zijn lijf glad van het zweet.  Zonder mededogen kijkt ze dan in zijn ogen, plant haar nagels in zijn rug. La belle dame sans merci.

Van hem heeft ze nooit gehoord dat ze mooi was. Ook niet toen dat zo belangrijk voor haar was.  Dus ja, je zou kunnen zeggen dat ze zich afgewezen voelt.

Frans houdt de deur voor haar open. Erg old skool. Ze bedankt hem en wiegt haar heupen terwijl ze op hoge hakken langs hem loopt. Een galante ridder of pleaser? Who can tell? En wat geeft het? Ook deze keer zal ze meegaan, al is haar motief niet liefde maar lust. En macht.

Het was een machtsspel. Wie hongerde het meest naar acceptatie en bevestiging?  Die zou de verliezer zijn. Maar wie wees hier wie af, dat was zeer de vraag. Wie bleef achter met lege handen, een leeg hart? In dit spel waren geen winnaars. Al was ze een kind en had ze hier geen woorden voor, ze kon het wel voelen.

In het steegje op de kasseistenen, staat ze te wiebelen. Hij komt dichter, frunnikt zenuwachtig aan z’n jas maar zij slaat haar armen om hem heen. Duwt haar lijf tegen hem aan en kust hem met gulzige lippen.
Iemand moet het gelag betalen. En dat laat ze aan de mannen over. Ze weet hoe ze hen kan krijgen en als ze overstag gaan, verliest ze haar respect voor hen. Zo is het altijd gegaan en ze ziet niet in waarom het nu anders zou zijn. Ook Frans is behoeftig, daarom kijkt ze op hem neer. Zij, daarentegen, heeft niemand nodig.  Kan verleiden wie ze wil.

Wat wou ze eigenlijk? Voelen ook als dat betekende dat ze het gevaar binnenliet? Of toch beter kiezen voor bepantsering, dikke lagen muur tussen haar en hem? Het verstand laten spreken en de lijn tussen hen doorknippen? Haar middenvinger opsteken en haar eigen weg vervolgen, ja, dàt was wat ze wou!  Maar hij bleef haar achtervolgen, ook toen ze als een gewonde kat afgedropen was.

Ze zal hem verslinden als een tijgerin haar prooi. En als ze klaar is met hem, zal ze op lange benen weer wegwandelen. Maar zich geven? Nee, dat niet. Frans sluit z’n ogen. Opent z’n mond, laat haar toe. Zie je wel, denkt ze, ik eet hem op. Met huid en haar. Ze voelt zijn mond op de hare en hoe het strijdgewoel toeneemt. Haar ogen zijn zo diep als de leegte in haar ziel. Vul me, lijkt ze te zeggen, met elke gretige hap die ze van hem neemt. ‘Wil je mij?’,  ze trekt zich terug terwijl ze de vraag stelt. Schijnbewegingen. ‘Want ik wil jou, diep in mij.’ Frans zucht, trekt een spoor van kussen over haar gezicht naar haar oor. ‘Oh, ja schatje, ik wil je’. Ze neemt zijn hand vast, kust hem weer intens op de mond. ‘Kom mee, dan. Ik woon hier vlak om de hoek.’ Ze trekt hem mee over de grens naar vijandelijk gebied. Achter de linies, door de deur, langs de trap naar boven, met onderweg gretige, hete handen van hem en haar.

Zijn handen meppen heftig en haar gezicht wordt heet. ‘Ge zijt een kieken, gij. En ge liegt bovendien!’ De man tegenover haar buldert. Faye’s hart verkilt. Hij heeft weer gedronken. Whisky. En dan wordt hij agressief. Ze heeft het nooit anders geweten. Dan gaat het weken goed. En ook dat was reden genoeg om ongerust te worden. De dreiging pakte zich dan samen. Om één of andere reden zei ze dan altijd de verkeerde dingen. Ze deed het niet eens bewust. Integendeel. Maar het was wel haar fout. Dat vond ze wel.

Ze zal hem laten knielen voor haar, voor het bed. Pas als hij zich onderwerpt, zal ze hem geven wat hij zo graag wil. Ze gaat naar bed met wie ze vecht.
Het is een schaduwgevecht met het verleden.  Elke man die ze oppikt is haar gewillige tegenstander in een confrontatie zonder eind. Er is slechts gewapende vrede wanneer ze uitgeput naast elkaar rollen, de ochtend in.
Ze doet haar ogen toe en laat gebeuren wat gebeurt. Ze is niets anders dan een klein kind dat overleeft in oorlogstijd. Ze denkt aan iets anders. Ze is het zo gewoon. 


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

About Liesbeth Vanderbeke

En schrijven zult ge