Take me to church: een essay over 50 shades darker

Het was een zachte, zondige zaterdag dat ik me enigszins verveelde. De zwoelte noopte tot liggen in de zetel, het hangen dreef tot scrollen door de tv-theek. 50 shades darker stond bij de toppers, ik was alleen en ach, waarom niet?
Terwijl de film zich ontvouwde als een gewillige onderdaan, werd ik beurtelings getriggerd door de flauwekul en de betovering van het verhaal.

My church offers no absolutes- he tells me, “Worship in the red room.”
The only heaven I’ll be sent to – Is when I’m alone with you
Wat is het toch met deze hete, hijgerige obsessie van Ana en Christian? Deze absolute wederzijdse aanbidding? Waarom werkt het, niet alleen voor hen, maar ook voor die grote schare gelovige vrouwen? Ik wil er graag m’n hoofd over buigen aan de hand van het liedje Take me to Church dat een jaar of twee geleden grijsgedraaid werd.

Laten we ter kerke gaan. 

There is no sweeter innocence than our gentle sin.
Het is een vorm van magisch denken. Fifty shades darker is een sprookje met adult-content.
Christian Grey is potent. Omnipotent. Almachtig. Hij voorziet in alle wensen van zijn discipelen; hij vervult behoeftes voor Ana ze zelfs geformuleerd heeft. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het begin van de film als Ana ad hoc mee moet naar een gemaskerd bal en hij een kapper en tien jurken met bijpassende lingerie laat leveren aan huis.
Het werkt. Ik sta vol bewondering voor de prachtige jurk en mooie setje waarin Ana zich laat hullen en vervolgens onthullen. Het is say yes to the dress maar dan in het kwadraat.

I was born sick – But I love it – Command me to be well.
Christian straft als de wrakende God uit het oude Testament. Ana sputtert af en toe wat tegen maar dat is enkel pro forma. Hij is een wrede heerser en wil haar totale overgave – ‘je bent van mij’ fluistert hij haar toe en ze beaamt dat volledig. Totale symbiose, dat is het mantra waar op deze cultus draait.

Is er iets lekkerder dan een vent die jou helemaal wil? Geen afstoting, vertwijfeling of hechtingsproblematiek (nouja; een beetje dan, hij mept op vrouwen die op z’n moeder gelijken). Christian doet niet aan hit-and-run; oh no mama, Christian hits ánd stays.

Ana mag een job hebben, assistent zijn voor een uitgever, maar als er reis naar New York aan zit te komen, wordt Christian toch wat nerveus. Haar baas, een glimlachende gemenerd, stelt haar dilemma duidelijk voor: ‘Wil je een vriendje dat alles voor jou bepaalt of wil je serieus genomen worden’, en volgens mij wil Ana het allebei.

Christian straft maar redt evengoed: als Ana belaagd wordt door voorgenoemde baas die zich aan haar wil vergrijpen, stormt ze naar buiten waar Christian op haar stond te wachten. Hij hovert constant rond haar als een irritante horzel, maar hij stuurt wel een stoere bodyguard naar de slechterik en tegen de avond is de grijpgrage gemenerd ontslagen.
Een stalkend vriendje dat concurrenten op het gezicht slaat, het klinkt niet als een gezonde relatie. En dan gaat het niet over het kinky sm-dingetje. Nee, het gaat over het onderliggende verlangen van iemand te hebben die er altijd is, altijd zorgt, altijd redt. Christian is de gezalfde, laat dat duidelijk zijn.

Als een echte Christus gaat hij vervolgens ten onder – een helicoptercrash – en terwijl het live-nieuws op tv meldt dat hij teruggevonden werd, verrijst hij in het penthouse alwaar de hele familie zich verzameld heeft. Ja, op twee plaatsen tegelijk zijn, Christian kan dat.

I’ll tell you my sins and you can sharpen your knife – Good God, let me give you my life.
Meer dan een sprookje voor volwassenen is dit een verhaaltje voor het innerlijke kind. Een vertelseltje voor het kleine meisje dat geen app in haar iphone heeft voor zelfredzaamheid. Ze doet wel alsof maar daar kijk je zo door. Ze bijt op haar lip en is onzeker. Daardoor oefent ze een oncontroleerbare aantrekkingskracht op Christian uit. Hij wil haar redden en straffen tegelijkertijd. Dat klinkt als trauma en dat is het ook. 

50 shades appelleert aan een diep en onbewust deel van vrouwen. Het deel dat prinses gebleven is. De prinses die op haar torenkamer wacht of 100 jaar slaapt  – Ana heeft nooit een man gekend in de Bijbelse betekenis voor Christian in haar leven verscheen – en dus geen tools heeft in dit leven. Ze zit in wachttijd en is uiterst passief. Ana hoeft als als onderdanige niet te veel initiatief te tonen. Ze heeft geen keuze, haar donkere prins beslist, voert uit, slaat en zalft. Dat is handig, ze hoeft geen verantwoording af te leggen, draagt nul verantwoordelijkheid voor zichzelf of haar behoeftes. Er is een alwetende, almachtige God die het voor haar oplost. Ana hoeft enkel achterover te liggen en te laten gebeuren.

Ach, Vader, vergeef ons, zondige dochters, voor deze obsessie.
Met een goed pak slaag.
Amen.

In the madness and soil of that sad earthly scene – Only then I am human. Only then I am clean.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

About Liesbeth Vanderbeke

En schrijven zult ge