Marktdag

We bevinden ons in een kleine stad, in een klein land, het leven is er meestal zacht. Als een drone cirkelen we hoog in de lucht. Vanuit deze hoogte zien we een wielvormig grondplan met centraal een grote markt en straten als stralen er omheen. Het is zaterdagochtend, de markt is opgesteld. Al is de lucht nog koud, het licht is warm.

Op dit vroege uur struinen oudere mensen met hun boodschappentrolleys over de groentemarkt. Wie het eerst komt, doet de beste koop. Straks zullen we de mama’s en de papa’s zien, gejaagd zullen zij hun kroost naar de muziekschool en turnclub brengen. In de tijd dat hun kinderen in de les zitten, kopen ze fruit en magazines en misschien ook nog iets van speelgoed. De haastige gewonnen tijd compenseren met een beloning, zo doen jonge ouders dat. Nog later zullen de studenten hun ogen en hun ramen openslaan, en zichzelf verwijten dat ze de helft van deze prachtige dag verspild hebben.

De markt loopt stilaan vol. Het is waarschijnlijk de laatste echte nazomerdag, en dat drijft de mensen naar buiten. Op maandag gaat de temperatuur naar omlaag, zo heeft de weerman hen voorspeld.
Vandaag dragen de vrouwen nog eenmaal hun zomerjurken en open schoenen. Ze slenteren met hun partner langs kramen met Turkse delicatessen, bloemen en lederwaren.
Slenteren is het juiste woord. Daar waar de markt overgaat op de winkelstraten, vernauwt de massa zich en kan je niet anders dan vertragen. Wanneer een fietser zich een weg probeert te wurmen, wordt hij scheef bekeken. Afstappen, man, de stad is vandaag om te onthaasten. En te genieten. Dat vooral. Een koffietje op het terras op de grote markt, een babbel op de Vismarkt met een bevriend koppel. En de derde keer dat ze elkaar treffen, trakteren. Zo nemen de mensen afscheid van elkaar in deze stad.

Ik neem je mee langs deze marktdag. Ik wil je wat laten zien. En een verhaal vertellen.
Wie ik ben? Geen alwetende verteller, mocht je je dat afvragen. Eerder een veelvoelende. Dat is regelmatig een last, maar vandaag biedt het een prachtig panorama.

Kijk, zie je dat meisje daar lopen? Ze is zestien, draagt een zwarte broek, een blauw jeanshemd, en grote schoudertas. Ze is op weg naar het station en niet bezig met wat rond haar gebeurt. Daarom dat ze de marktkramer niet hoort, ‘Prachtige poncho’s, juffrouw, 15 euro per stuk’. De man handelt in oubollige dameskledij, maar omdat hij het zo goed kan uitleggen, verkoopt hij aan vrouwen van S tot XXL. Wat z’n publiek niet weet, is hoe zijn leven thuis is. Thuis trekt de mond van de marktkramer naar beneden, en staat op z’n voorhoofd een diepe frons. Wat moet hij met die zoon van hem? Die zoon die gestopt is met studeren en nu alleen nog smoort. Er moet iets gebeuren, maar hij weet niet wat. We laten hem verder zijn werk doen. Het verzet zijn gedachten.

Wij wandelen verder achter het meisje. We passeren de mattentaartverkoopster. Vier mattentaarten kopen, is een vijfde gratis, naar authentiek Geraardsbergs recept. Tegen half twaalf zullen haar schappen leeg zijn want mensen houden van zoet. Ook het meisje. Ze houdt even halt en koopt er twee, die ze in een zakje laat doen. Dat is de lunch voor onderweg.
De verkoopster kijkt naar het jonge ding en voelt enige irritatie. Die meisjes zijn zo dun, al drinken ze cola en eten ze koffiekoeken als middagmaal. Het is niet eerlijk. Zij mag zoveel gaan spinnen als ze wil en proteïneshakes drinken tot het langs haar oren uitkomt, ze blijft een 44 hebben. Ze kijkt naar haar koopwaar. Uit frustratie zou ze haar eigen mattentaarten willen opeten; maar als ze daaraan begint, is ze helemaal verloren. Ze duikt in haar camion en slurpt van haar kopje espresso die de kelner van de taverne waar haar kraam voor staat, net heeft gebracht. Dat is bijna even goed als taart. Of toch, het gedacht doet veel. Veel poetsen, 9 uur slaap, en regelmatig een kopje koffie, dat is hoe zij het doet.

Dat is niet zo gek anders, als de andere mensen op deze markt. Elk van hen heeft z’n eigen structuur en een manier om de dagen in te vullen. Het wekelijkse ritueel van de zaterdagmarkt is wat hen samenbrengt. Dit is het verhaal van de mensen op de markt, en dat van het meisje, natuurlijk.

Het koppel met de hond dat nu voorbij het meisje wandelt, is een gelukkig stel. Zij hield deze week functioneringsgesprekken op de bank, hij doet aan rendementsdenken in het bedrijf aan de stroom van deze stad. Vandaag voelen ze zich vrij. Ook al moeten ze boodschappen doen, klusjes opknappen en morgen bij haar familie taart gaan eten, in hun hoofd kabbelt het leven rustig verder. De tijd loopt gestadig door. Zij gaat vanavond vroeg naar bed, hij zal komen slapen na de voetbaluitslagen. Ze zullen 4 minuten en 28 seconden hevig de liefde bedrijven. Morgen pistolets van de bakker en maandag weer een nieuwe week.

Het meisje, zij gaat vandaag iets anders doen. Al loopt haar route door de stad die ze kent, straks zal ze een nieuwe weg inslaan. Ze zal de trein nemen naar een onbestemde plek en hoe het vandaar verder loopt, dat weet ze nog niet.
Haar redenen? Ach, die zijn altijd hetzelfde. Wat gisteren nog ok was, is het vandaag echt niet meer. Maar wat nadien? Zo ver kan ze niet denken. Er is geen toekomst, er is alleen het nu.

Nu leidt haar pad verder langs de kapperszaak en ook daar is het afgeladen vol. Al van half zeven deze morgen. Dames laten hun haren brushen en watergolven. Wanneer ze afrekenen, leggen ze hun afspraak voor volgende week vast.
Het leermeisje heeft haar handen vol met de vloer vegen, handdoeken wegbrengen en wasjes insteken. Maar dat deert haar niet. Vanavond gaat ze feesten met de mannen van de carnavalsclub. Drinken tot morgenvroeg.

Het meisje dat we volgen heeft gisteravond ook gedronken. Ze was niet zat maar het scheelde toch niet veel. Ze lachte, maakte grapjes, nam selfies. Zoals ze altijd deed. Haar vrienden hebben niets aan haar gemerkt. Nu, op weg naar het station, is ze vooral dorstig. Ze schroeft haar flesje water los en drinkt met grote teugen. De onrust sijpelt in een baan rond haar hart.

Ze passeert over het stationsplein waar gisteren de technische ploeg van de stad een podium heeft opgesteld. Na de markt zullen in snel tempo de poetsploegen passeren, met die kleine lawaaierige autootjes die de goten en de straten schoonvegen. Dan is het tijd voor de herfstshopping. Op dit podium zullen straks verschillende danscrews optreden. Daar komt altijd veel volk naar toe.
Is het de luide, opzwepende muziek of zijn het de dansmariekes in hun strakke pakjes die rondwervelen en hun beste moves tonen? De mama’s op de eerste rij zullen alleszins apetrots zijn. Mensen zullen blijven kijken, vooral naar dat ene meisje dat centraal vooraan staan en het licht zal vangen. Koppels zullen tegen elkaar luidop commentaar geven en na een liedje of twee zullen ze met hun zakjes en tassen verder winkels verkennen.

Maar daar zal het meisje niet bij zijn, tegen dan is zij in Frankrijk. In de Thalys zal ze vooral naar buiten staren en aan niets denken. De reflex om haar smartphone uit haar schoudertas op te diepen, zal ze moeten onderdrukken. De telefoon heeft ze achtergelaten op haar kamer, op haar bureau, na haar ontbijt met Frosties en melk. Toen heeft ze gedoucht en haar toilettas gepakt. Nog een t-shirt en ondergoed, meer zit er niet in die tas van haar. Het toont ons dat hier geen masterplan achter zit. Integendeel, de acties die ze vanaf nu onderneemt, doet ze op gevoel.

Nu staat ze aan het loket en betaalt haar ticket enkele reis naar Parijs contant. Zoveel heeft ze geleerd uit films. 200 euro heeft ze in haar portefeuille zitten en dat vind ze best veel. De loketbediende kijkt ze nauwelijks aan. Laten wij dan in haar plaats eens goed naar deze vrouw kijken. We zien een smalle mond en dichtgeknepen lippen. De vrouw houdt de klok in de stationshal in het oog. Haar shift loopt nog tot 11 uur en dan kan ze naar huis. Daar wacht de vaat van een hele week en de was van haar en haar dochter. Wie alleen oudert, moet z’n taken serieel doen.
40 is ze, en ze heeft op pinterest een lijst met trouwjurken. Of het nog zal gebeuren? Ze vraagt het zich af.

We kijken nog één keer naar het meisje dat zo dadelijk gaat verdwijnen, richting perron. Haar daad zal een heel mechanisme in werking zetten, in geen tijd zal ze opgespoord zijn in een jeugdherberg in de lichtstad. Ze zal veel wenen maar weinig vertellen.

Ik kan je alvast vertellen hoe volgende zaterdag er uit zal zien. Het zal regenen en de mensen zullen lange jassen dragen en ook paraplu’s. De terrassen zullen niet opgesteld staan, maar dat geeft niet, er is vast nog wel plaats in de koffiebar. De marktkramers en de klanten zullen hun wekelijkse dingen doen. En in hun hart zullen andere verlangens stilletjes verder sijpelen.

We laten de loketbediende achter in de hoge stationshal met gestrande reizigers. Straks zal ze thuiskomen en verder doen met opruimen, huishouden en mama zijn. Op een bepaald moment in de nabije toekomst zal ze begrijpen dat ze er genoeg van heeft. Ze zal voor vier maand haar rugzak pakken, haar dochter bij haar ouders onderbrengen en gaan stappen in Zuid-Amerika op zoek naar zichzelf. Maar welke moeder doet zoiets, zal haar omgeving zich afvragen?

Ach, laten we vooral niet oordelen. Veel op aarde is vreemd, maar het vreemdste is de mens. Mensen maken plannen, nemen beslissingen en richten dan hun leven in. Ze gebruiken vaak hun hoofd. Maar wie weet wat er diep van binnen leeft? Wat er kolkt in hun onderstroom?
We kijken terug naar buiten, naar het plein en naar de mensen. Het koppel, dat nu op een terrasje zit, heeft een huis gekocht waar ze over vier maanden in kunnen trekken. Op het moment dat de verhuiswagen hun straat zal binnenrijden, zal de vrouw in bed liggen. Ze zal weigeren die dag nog uit bed te komen.

We passeren nog even de kapperszaak, waar het leermeisje de deur achter zich dichtslaat. In haar 15 minuten pauze rookt ze twee sigaretten. Vanavond zal ze naar bed gaan met die knappe technicus van het cultureel centrum. Over anderhalve week, na een positieve test, zal ze zich afvragen waarom ze opnieuw in dit straatje terecht is gekomen.

De marktkraamster laadt de planken van haar toog weer in haar camion. Ze is tevreden, ze is uitverkocht. Achter in de laadruimte ligt een zak met drie mattentaarten opzij. Ze wrijft haar handen aan haar schort af en neemt een gulzige hap uit de eerste. Wat ze tussendoor binnensteekt, telt niet echt.

We kijken nog éénmaal naar de charmante verkoper. Volgende week zal hij doorslaan. Wanneer een irritant kind tegen zijn paspoppen valt en één silhouet in een plas terechtkomt, zal hij beginnen roepen en brullen. Zijn collega van het naburig snoepkraam zal proberen hem te kalmeren. Uiteindelijk zal de politie tussenbeide moeten komen. De hele markt in rep en roer. Alleen de buurtagente op de fiets zal zich niet verwonderen. Dit is wat mensen doen.

Richt je blik nog hoger, naar de gevels, het nieuwe kantoorgebouw, de kerk en het belfort. Nog hoger naar de warme zomerlucht.
Hier, lieve lezer, in de zachtblauwe middag laat ik je achter. Ik wou je vertellen van de mensen en het meisje op de markt, een verhaal van alledag.


 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s