Licht op mij en de beste versie van mezelf.
Want ik moet m’n kern naar buiten brengen, m’n essentie leven.
Is mijn missie helder?
Haal ik echt alles uit mezelf?
En als ik dat niet doe – tuurlijk niet – wat ga ik doen om daar te geraken?

Licht op mij en mijn inherente skills, competenties en vaardigheden.
Na het functioneringsgesprek, de eigen kwaliteitsbewaking.
Hoe kan ik m’n optimaliteit garanderen, behouden, verzekeren?
Niet alleen in mijn job maar – bij uitbreiding- in mijn hele leven?

Licht op mij en mijn succes.
Maar wanneer zal het stoppen?
Hoeveel likes, volgers en bezoekers zullen ooit voldoen?

Licht op mij want ik moet stralen.
Eindelijk óp mijn streefgewicht en ín mijn kracht.
Een momentum vasthouden voor de rest van mijn bestaan.

Licht op mij en de ware liefde.
Of moet ik onverdroten verder zoeken?
Moet ik kiezen voor openheid, als dit inhoudt dat er geen garanties zijn?
Zal ik liefhebben zonder vangnet in ruil voor intensiteit en diepte? En wil ik dat eigenlijk, die intensiteit? Die diepte?

Licht op mij en het maakbare geluk.
Ik zal het kneden en bewerken met zachte handen zodat het opwarmt en de vorm aanneemt die ik wens. Maar klopt dit wel?
Vanwaar komt deze illusie?

Licht op donker.
Want ik heb genoeg gedaan.
Me bewezen aan de wereld dat ik de moeite waard was.
Het meest nog aan mezelf.
Het stopt niet. Het zal niet stoppen.
Tenzij.
Donker op licht.
De knop om. De rust in. De statistieken toe.

Tijd voor schemering.
De kunst van het worden, de voortdurende verandering. Onaf en toch genoeg.
Ik zit in een zetel aan het raam.
Ik zie de mensen.
De stroom naar het station.
De file langs het kanaal.
Langzaam komt de avond.
De lucht is licht, de lucht is donker.
Tijd voor schemering.