Het huis

Je bent altijd alleen, toch ben je nooit echt alleen. Op deze plek ben je omringd door toeschouwers. Ik veronderstel dat je weet dat je dan je intimiteit opgeeft. In ruil daarvoor krijg je eten en pillen op vaste tijdstippen. En begeleiding. 24/7.
De toeschouwers in dit huis staan op de zijlijn. Ze juichen als welwillende schikgodinnen als je weer eens strijd levert. Die gevechten zijn Olympisch van aard maar toch kan je niet echt spreken van een gezonde geest in een gezond lichaam. Je vecht het meest van al nog met jezelf.
Het huis waar je verblijft telt vele kamers en is voorzien van licht en ruimte. Er is een zonnig terras waar het fijn toeven is en waar je met de medebewoners rookt en drinkt. Je noemt elkander ‘schatteke’ want wie samenleeft en samen ziek is, wordt familiair. Je drinkt alcohol als chronische pijnmedicatie en noemt het lachend ‘dafalgannekes’.
Je dagen zijn gevuld met gezelschap en sport.
Het zijn de nachten die ondraaglijk zijn.

Wanneer de duisternis komt als antwoord op het licht van overdag, stel je het moment dat je gaat slapen liefst nog uren uit. Want je weet wat er dan op je ligt te wachten, de demonen van de nacht, jouw wraakgodinnen.
Ze zien er afstotelijk uit met hun haren als slangen en bloedende ogen. Als ze je aanvallen is er geen plek waar je veilig bent. Onvermoeibaar nemen ze bezit van je geest en je lichaam. Ze dragen vele namen en ook ik, ik ken hen bij hun voornaam, heb ook in dat huis geleefd.
Alecto, de nooit ophoudende, maakt dat je afziet totdat het ochtendlicht weifelend door de ramen binnensluipt. Megaera, de afkeurende, is de bode van schuld en schaamte en Tisiphone, de straffende, heeft haar eigen antwoord op de vraag of je dit verdient.
Er is geen plek in dit huis met vele kamers waar men veilig is voor jouw geschreeuw. Wie er bij geweest is, bij jou gewaakt heeft, is er dagen niet goed van. Noemt het gruwelijk. En weet nu echt; er zijn geen grenzen aan menselijk lijden.

Dit huis is slechts een tijdelijke woonst, een doorstroom-opvangplek. Sommigen hebben geluk en kunnen terugkeren naar het leven van ervoor. Voor anderen is het huis hun laatste refuge. Voor jou is het een huis van glas dat trilt op de frequentie van jouw pijn.

Jouw passage in het huis is niet onopgemerkt gebleven. Ik en vele anderen hebben naar jou gestaard door de grote ramen van het huis. We mochten even toeschouwer zijn. Een erg comfortabele positie is dat. Als supporters in de tribune keken we naar jouw scènes. De wet van de drie-eenheden intact, eenheid van plaats – één huis, eenheid van tijd – 24 uur, eenheid van onderwerp – jouw tragedie. Eén mens onderworpen aan de wil van de goden. De afloop zelden gunstig.
Je hebt jouw exit uit het licht van de schijnwerpers behoedzaam overwogen en dan zelf de condities vastgelegd. Ik bewonder je om je oneindige moed. Het zal nu niet lang meer duren. Want er is geen hoop op beterschap, integendeel. Het wordt steeds erger, zeg je, terwijl je handen door de vacht van je hond gaan.
De vriendschap en de zwaartekracht,
de redenen waarom je hier nog bent.

Opgedragen aan Marieke Vervoort.


 

Geen categorie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: