Meta-verhaal

Energie neemt de vorm aan van gedachten en gedachten die van woorden. De woorden stromen deze tijd de wereld rond. Heen en weer, scherm op en scherm af. ’s Ochtends in de rechterbalk van facebook waar ze kan zien wie online is, elf uur in de voormiddag als er massaal op sociale media gechat wordt en ’s avonds als de lust de bovenhand neemt en de hand aan de iphone geslagen wordt voor sexting. Het is een onophoudelijke vloed van verlangen. Verlangen naar verbinding, gemis aan contact.Waarom is het dan voor haar zo moeilijk om de woordenstroom gaande te houden? Erin drinkt bedachtzaam een slok van haar rode wijn terwijl ze naar de open haard staart en denkt aan haar lastige personages. Het is een duidelijk geval van writer’s block, versierd met imposter syndroom en afgetopt met midlife crisis. Ze kan het bijgevolg uren zitten uitleggen aan haar lifecoach, berichten posten op twitter en facebook en foto’s nemen van zichzelf omringd door lege koppen koffie die het goed deden op Instagram. En daardoor heel veel steun en likes ontvangen maar dat verandert echt niets aan de zaak.

Ze zit vast. Punt.

A woman must have money and a room of her own if she is to write fiction. Ze is alleen, in haar boshuis. Ze is naar hier gekomen om na te denken. Het gaat naar tien uur en het zijn de langste dagen van het jaar. Als ze op de drempel van haar achterdeur staat, kan ze zien hoe het laatste zonlicht de bovenkant van de bomen op de helling aanraakt. De geluiden van landbouwmachines, zagen, motoren zijn ondertussen uitgestorven.
De fles Pinot Noir staat naast haar op het bijzettafeltje, en dat is best wel een filmisch beeld. Overdag sloten koffie en ’s avonds glazen wijn. Qua calorieën valt dat ook nog eens mee.
Een echte schrijver drinkt. En zij is een echte schrijver.
Die beslissing had ze in haar kindertijd met grote stelligheid genomen.

Al heeft ze jaren geschnabbeld langs alle kanten om rond te komen. Ze herinnert zich maar al te goed de bijlessen Engels, het redigeren en corrigeren van papers en eindwerken allerhande, de cursussen creatief schrijven die ze gaf aan tieners. Werk waar ze niet blij van werd.
Ze versaagde niet, en bleef naarstig werken aan twee dichtbundels, die na verschijning door geen hond ooit gelezen werd. Ook werd ze veelvuldig gevraagd te bloggen, waarop ze instemde als het maar niet over het bakken van glutenvrije taarten en het naaien van kinderkleren in biokatoen hoefde te gaan. Met als gevolg dat ook dat geen hond ooit las.
Maar op een bepaald moment had ze toch haar bestseller te pakken gehad.

Haar roman had de tijdsgeest weerspiegeld, op een manier die fijnzinnig, humoristisch en toch lichtvoetig was geweest.
‘De borderline-bitches’ vertelde het verhaal van drie vrouwen en hun gay best friend en hun amoureuze avonturen in tijden van juist, borderline.
Ok, het was geïnspireerd geweest op Sex and the City enerzijds en Een klein leven anderzijds maar zonder de oppervlakkigheid van het eerste en de breedvoerigheid van het tweede.
Het thema was vriendschap, over de verschillende levensfases en de verbondenheid tussen vrouwen, zelfs als er amoureuze overlappingen waren. Sisters before misters, met de uitzondering van die ene gay die zo een groot hart had dat hij er vanzelf bij hoorde.
De personages waren erg archetypisch geweest maar met genoeg vlees, bloed en beenderen aan hun lijf zodat een breed publiek zich kon herkennen in één van hen.
Er was Christa, de pianiste die internationaal toerde, met een lover in elk concertgebouw, Caroline, de internist die in haar vrije tijd tantra cursussen volgde, Jessie de coach die mindfulness gaf in bedrijven maar privé gekend was voor haar aanvallen van jaloezie en Sander, de psycholoog met een kinderwens van hier tot in Tokyo.
De kunstenares, de rationalist, de carrièrevrouw en de softie. Alle vier erg slimme mensen en hoogsensitief. Allen erg seksueel, dat ook nog eens.
Ze hadden echter ook één schaduwkant. Ze waren alle vier fucked up big time. Als gemene deler een traumatische kindertijd die maakte dat ze af en toe flink door hun volwassen stuk gingen en in drama konden schieten. Dat was het onderliggend concept geweest van de roman en de trigger voor een reeks handelingen en gebeurtenissen in het verhaal.
De amoureuze avonturen van vier vrienden en daaronder de analyse van de post-postmoderne tijd. De pijn van het zijn, maar altijd met een glimlach.
Ze had zich geïnspireerd op een ander boek van een gerenomeerde psychiater die stelde dat iedereen borderline was, vandaag de dag. Zijn samenvatting van deze tijd was helder: waar in de 19de eeuw als diagnose hysterie en neurose algemeen gesteld werd, was dit vervangen in de 21ste eeuw door borderline. Iedereen aan de grenzeloosheid, of zoiets. En aan de xanax.
Als schrijver las je met stelende ogen, en zijn visie had haar geraakt. Ze had er dus haar eigen ding van gemaakt. Dat kon, dat heette eclecticisme of ook wel intertekstualiteit, beiden postmoderne fenomenen.
Zijn analyse gecombineerd met haar liefde voor mensen had geresoneerd.
Het boek had zich bijna als vanzelf geschreven. In een jaar tijd was de ruwe versie af. De zomermaanden was ze artiest in residence geweest in een kasteeltje in de Bourgogne-streek waar haar verblijf gesponsord was geweest door een mecenas, een vrouw uit een rijke familie die een supermarkt-groep in hun bezit hadden. Soit, het liep als vanzelf.
Het manuscript had ze ingezonden naar een grote uitgeverij die een wedstrijd had uitgeschreven en die ze won. De eerste prijs, de uitgave van haar boek en de promotie die erbij noodzakelijk was.
Het boek was opgepikt geweest door een recensente van een kwaliteitskrant, in de letteren-rubriek op zaterdag, die ze overigens zelf nooit las omdat ze daar zo ongelukkig van werd, maar goed, diens superlatieven waren een aangename verrassing geweest. En de bal rolde verder. Een korte verschijning in actua-programma op de vrouwenzender, net voor de I-love-dinsdagavond-movie. Een bekende tv-figuur met veel volgers die een tweet gepost had en op een dag stond ze ineens in de boekentop10.
Ze was 36.

Het succes had niet veel langer op zich moeten wachten. In haar mid-thirties was ze het dienen van de muze en de onzekerheid die dit met zich mee bracht moe aan het worden. Al te vaak werd er van uitgegaan dat kunst geen prijs had. Dat ze mocht blij zijn met exposure in plaats van cash maar daarmee betaalde je niet de huur noch de extra’s in dit bestaan.
En ja, er was het nachtbraken, de doordrenkte nachten op café met collega’s artiesten en de samenhorigheid. Al te vaak hartverwarmend, wanneer ze het moeilijk had. Denk aan J.K.Rowling, was het mantra dat gebruikt werd om haar en andere schrijvers te troosten.
De uitvoerige contemplaties over eigen projecten, de mannen en de vrouwen die kunstenaars waren, hun bewonderaars en muzes vormden de nachtelijke congregatie in de Kinky Bar en Café BoumBoum en daar had zij haar plaats. Liefst een tafeltje voorbij de toog, tegen de muur alwaar ze de wereld overschouwde. Dat maakte haar gelukkig, daar was haar thuis.

Twee jaar en een tiental drukken later was ze benaderd door een productiehuis met filmplannen. Het script was losjes gebaseerd op haar roman, en een ster-actrice die had meegespeeld in een grote fantasy-reeks had al toegezegd voor de rol van Christa.
Haar agent en haar pr-madam, want die had ze ondertussen, waren erg enthousiast geweest. De film was erg commercieel met heel veel expliciete seks-scènes en de subtiliteit waar ze zelf zo over gewaakt had, was haar uit handen genomen.
Ze drinkt peinzend een slokje van haar glas. Nu zou ze zich gedistantieerd hebben.
Er waren lezingen en presentaties, panelgesprekken en jury’s waar ze voor gevraagd werd. Allemaal dingen waar ze van genoot, en waar ze een stevige duit aan verdiende.
De filmrechten, de dvd’s, het bracht een constante stroom van geld in het laatje. Zodoende was er overvloed, iets dat ze daarvoor niet gekend had. Het stelde haar in staat een arbeidershuisje te kopen in de stad en daarnaast een plekje in de bossen op twee uur rijden van de stad. De aankoop van die bungalow is haar grootste geluk. Hier verstopt ze zich in de weekends voor de buitenwereld. Een beetje Jeroen Brouwers maar dan wel mét vergunning. En, als ze erover nadenkt, misschien even misantroop.

Soms is deze schrijfplek een love shack, wanneer een minnaar mee komt. Dan wordt er weinig geschreven en veel gevreeën. Maar als ze eerlijk is, komt ze het liefst alleen. Dan maakt ze het vuur aan in de open haard, zet haar i-phone op stil en gaat ze in haar schommelstoel zitten om te lezen.
Is dat eenzaam? Ja, en bij momenten pijnlijk. Net zoals samenleven ook pijnlijk kan zijn. Hoe ouder ze wordt, hoe meer ze gewoon is de dingen op een bepaalde manier te doen.
Ze had het ooit geprobeerd hoor, net toen ze afgestudeerd was, samen te wonen met de jongen die haar lief was tijdens hun studies. Achteraf beschouwd, had ze de relatie ook beter afgerond met het afhalen van haar diploma.
Maar ze was jong en vol verlangens en dus hokten ze samen in een 1-slaapkamerappartement. Liefde was samen Ikea-meubelen ineenschroeven.
Ze maakten elkaar niet gelukkig.
Weg ging het lief, en met hem een groot deel van de ikea-meubelen.
Zij behield de bureautafel om op te schrijven. Een erfstuk van haar overgrootvader.

42 is ze en ze surft nog steeds op de slipstream van haar 1ste roman. En ja, ze heeft al een thema en zelfs enkele personages, die onderling geconnecteerd zijn zoals zo vaak in mozaïekverhalen maar de woorden blijven wazig.
Ze heeft haar wekelijkse column in een online-magazine voor een uitsluitend vrouwelijk publiek en haar werk als gastdocent aan de faculteit Taal-en Letterkunde waar ze nog steeds jonge mensen coachte in hun schrijfproces en waar ze nog steeds niet blij van wordt.
Haar nieuwste roman zal over verlangen gaan. En over gemis. Over het loslaten van wat er ooit was en uitreiken naar iets dat nog niet gekomen is.
Het zou een verhaal moeten worden dat iedereen herkent. Niet in het minst zijzelf. Zij heeft haar succes vooruitbetaald met gemis. Lang geleden al. Ze heeft haar keuzes gemaakt en geleefd met de consequenties. Dat is wat je doet in dit leven.

Hoe dan ook, het verhaal drijft de spot met haar. Het daagt haar uit, keerde haar de rug toe en verdwijnt weer voor onbepaalde tijd. Zij die zo houdt van discipline en hard werk, moet ervaren dat er iets onbestemd en ongrijpbaar heerst in dit verhaal.
Het maakt haar onzeker. Het vreet aan haar.
Ze spreekt erover met haar coach, met haar vrienden en vriendinnen en de collega’s van de nachtuniversiteit. Zij stellen haar gerust, het fenomeen van de tweede roman, de angst om te falen, de idee van ontmaskerd te worden als onkundig, de schrik voor de gedachte ‘is dit nu wat ik wil?’ al die thema’s passeerden de revue. En helpen geen zier.
Ze schenkt zich opnieuw in, de fles is al aardig halfweg en zet de cd met pianosonate’s van Mozart op play.
Ze heeft zichzelf afhankelijk gemaakt aan het applaus van het publiek. Wat ze doet is wie ze is. Falen is geen optie. Maar wat als deze roman niet goed genoeg is?

*

Er zit een verlangen in de externe schijf die op haar tafel ligt. Een verlangen van 35 000 woorden, een missie in zinnen, een doel in boekvorm. Maar het is alsof er twee verhalen tegelijkertijd geschreven worden. Het ene komt in horten en stoten uit haar vingertoppen en wordt geïncasseerd door haar laptop, het andere stroomt parallel via de snelwegen in haar hoofd. Het eerste fluistert en is haast onhoorbaar door de geluidsversterker van het andere.

Als de eerste deel van haar leven over faalervaringen gaat, dan gaat het tweede over succes.
Er is echter geen verschil.
Ze moet beter dan de vorige keer, anders zal ze teleurstellen.
Erin drinkt haar glas leeg. Ze voelt zich verantwoordelijk voor het feit dat andere mensen haar graag zien. Voor die liefde moet ze hard werken. Heel hard werken, want je krijgt het niet cadeau. Schrijven dus, op z’n minst een meesterwerk. En als het niet aanslaat, dan heeft ze niet genoeg gedaan. Is ze het niet waard. Wat dat ‘het’ ook moge zijn. Haar bestaansrecht?

Het is wedstrijd die je niet winnen kan. Ze ziet het in, ze wéét het. En ze doet koppig verder. Het nadeel van cognitief ingesteld zijn.
Loslaten, de zucht naar liefde, de bevestiging van waardevol zijn, lukt niet. Een ziel dat een leeg vat is, zoekt naar externe vervulling. Dat is haar echte missie. Het is bijna beschamend om het toe te geven, laat staan het te delen met iemand anders.
Erin zit op een spekgladde glijbaan. Ze kent hem goed. Depressies houdt ze onder controle door haar onderhoudsdosis lithium. En de wijn natuurlijk. En ze is schrijfster, dus ze moet toch een klein beetje afzien van het leven, niet?
Het is een lastig schrijfproces. Ze heeft de structuur van dit verhaal uitgewerkt, volgens de principes van story-engineering, en dan alles weer overboord gegooid om het organisch te laten groeien. Personages in, personages uit. De volgorde door elkaar husselen, de uitkomst veranderen. Een schrijver is een tovenaar.
Haar personages zijn opnieuw splintertjes van zichzelf, net zoals bij de Borderline Bitches. Het is gek hoeveel facetten je van jezelf kunt blijven afspiegelen.

Erin klapt haar tablet open en begint dan maar te typen: ‘Van buiten leek het gebouw geen bijzonder staaltje van moderne architectuur, een zoveelste constructie met spiegelglas in het midden van de wijk met regeringsgebouwen.


 

Geen categorie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: